REGLEMENT G-VOETBAL VLAANDEREN - Zaalvoetbal - 5 à SIDE
1.NIVEAUS
Er kan gespeeld worden in 4 niveaureeksen.
A- niveau: G-voetballers met minimale voetbaltechnische, fysieke en inzichtelijke beperkingen. Dit niveau leunt aan bij dit van spelers uit het reguliere voetbal. Op dit niveau wordt er eveneens "UNIFIED" gespeeld.
B-niveau: G-voetballers met matige voetbaltechnische, fysieke en inzichtelijke beperkingen.
Ze begrijpen de spelregels en kunnen deze tijdens de wedstrijd zonder externe hulp toepassen.
C-niveau: G-voetballers met ernstige voetbaltechnische, fysieke en inzichtelijke beperkingen (beginnende G-voetballers of spelers die hier aan hun plafond zitten). Ze begrijpen de spelregels maar ze hebben geregeld bijsturing nodig in het toepassen hiervan tijdens de wedstrijden.
D-niveau: G-voetballers die de minimale vaardigheden en vereisten die nodig zijn voor het G-voetbal nog niet bezitten. Ze hebben eveneens moeite met het begrijpen en het toepassen van de spelregels. Op dit niveau staat spelvreugde centraal.
2. REGLEMENT
A. Speelveld
- afmetingen lengte 28m (min) - 42m (max) / breedte 16m (min) - 22m (max)
- verhouding ongeveer 1 op 2
- doelen 3 x 2 meter (cfr handbaldoelen)
- het oppervlak van het speelveld bestaat uit een verharde vloer, die geen hobbeligheden mag vertonen die gevaarlijk zijn voor de spelers.
- doelgebied is een halve cirkel met straal van 6m
B. Bal
- Er wordt gespeeld met bal nr. 4
- Er kan gekozen worden voor een niet botsende bal wat een gemakkelijkere controle toelaat
C. Aantal spelers
- Het scheidsrechtersblad mag een onbeperkt aantal spelers bevatten.
- Het scheidsrechtersblad wordt vóór iedere wedstrijd door beide ploegen ingevuld. Dit wordt door de scheidsrechter vergeleken met de spelerspasjes.
- Het spel wordt gespeeld door 2 teams van elk 5 spelers, waarvan 1 de goalkeeper is.
- Vervangingen zijn onbeperkt en de spelers kunnen na hun vervanging weer ingezet worden. Een vervanging kan doorgevoerd worden telkens de bal uit is; tussen twee speelhelften; na een doelpunt of tijdens een time-out vanwege een kwetsuur. De coach moet een teken geven aan de scheidsrechter of aan de lijnrechter om aan te geven dat hij een vervanging wil doorvoeren. Een wisselspeler kan slechts inkomen als de scheidsrechter de toestemming heeft gegeven door teken te doen.
- Een ploeg moet minimum met 4 spelers zijn om een wedstrijd te kunnen beginnen en om ze uit te spelen.
- Een speler kan slechts bij één ploeg aangesloten zijn en mag dus ook maar op één spelerslijst voorkomen.
- Er mogen maximum 2 spelers van een hoger niveau in een lager niveau meespelen, vb. van B naar het C niveau. Dit is enkel mogelijk indien er in het lagere niveau onvoldoende spelers zijn. Dit kan omwille van ziekte, kwetsuren, verlof, enz. De spelers van het hogere niveau zijn in de eerste plaats wisselspelers. Omgekeerd kunnen spelers van een lager niveau onbeperkt ingezet worden in een hoger niveau.
- Bij niveau D mag de trainer of begeleider onder bepaalde voorwaarden passief meespelen
Voorwaarden: De begeleider mag niet spelbepalend zijn, d.w.z. hij mag geen invloed hebben op het resultaat wel op de kwaliteit van het spel, hij probeert alle spelers te betrekken in de wedstrijd. De begeleider moet meer coachen dan meespelen.
Er wordt steeds voor de wedstrijd afgesproken met de scheidsrechter en de coach van de tegenpartij indien er een begeleider meespeelt.
Indien de rol van de begeleider te bepalend wordt voor het niveau van de ploeg, vb. het verschil in doelpunten wordt te groot, heeft de scheidsrechter het recht om de begeleider te vragen om het spel te verlaten.
D. Spelersuitrusting
- Iedere ploeg heeft minimum twee uitrustingen die verschillen van kleur. In geval van twee ploegen in onderling duel met dezelfde kleur zal de thuisploeg van uitrusting wisselen.
- Het dragen van horloges, halskettingen, armbanden en piercings is niet toegelaten.
E. Wedstrijdduur
- 2 x 25 minuten met 5 minuten rust.
- De scheidsrechter is verantwoordelijk voor de tijdscontrole.
- Tijdens tornooien (met een klassement!) kunnen er géén gedeelde plaatsen zijn, daarom gelden de volgende criteria bij gelijke puntenstand:
- aantal gewonnen matchen
- het resultaat van het onderlinge duel
- aantal tegendoelpunten
3. SPELREGELS
Er wordt zaalvoetbal gespeeld!
A. Aanvang van de wedstrijd
- De bal moet een volledige rotatie voorwaarts maken vanaf het midden van het veld vooraleer hij door een andere speler mag aangeraakt worden.
B. Bal binnen en buiten
- de bal moet volledig over de zijlijn zijn geweest.
- de bal over de zijlijn = inrollen
- de bal over de doellijn = doeltrap of corner voor de tegenstrever
C. Doeltrap (in het spel brengen van de bal als de bal over de doellijn is geweest)
- Als de bal de doellijn overschrijdt (maar niet in het doel) en laatst werd aangeraakt door een tegenstrever, moet de keeper de bal vanuit zijn eigen doelgebied terug in het spel brengen door te gooien. De bal mag echter niet verder dan de middenlijn gegooid worden, tenzij hij eerst op de eigen helft de grond of een speler raakte. De bal is in het spel van het moment dat hij het doelgebied verlaat.
- Bovenstaande regels gelden ook als de keeper de bal met de handen opgevangen heeft terwijl hij nog in het spel was.
- Bestraffing van overtreding van deze regels:
- De ingegooide bal overschrijdt de middenlijn zonder op de eigen helft te botsen of zonder dat een speler hem raakt:
"De scheidsrechter beslist een onrechtstreekse vrije trap te laten nemen vanaf eender welk punt op de middenlijn"
- De bal wordt geraakt door een tegenstrever voor hij uit het doelgebied is:
"De keeper mag de bal hernemen"
D. Terugspeelbal (naar de keeper)
- De keeper mag een terugspeelbal in de handen nemen. Hij moet dan wel de bal terug in het spel brengen door te gooien (zie punt C).
E. Geldig doelpunt
- De bal moet volledig over de doellijn zijn in het doel.
F. Inrollen
- Als de bal volledig over de zijlijn gaat, moet hij terug in het spel gerolt worden vanaf de plaats waar hij de lijn overschreed. Dit gebeurt door een speler van de tegenpartij waarvan een speler laatst de bal raakte.
- De bal is terug in het spel als hij een volledige omwenteling gemaakt heeft.
- De speler die de bal in het spel bracht, mag de bal niet als eerste opnieuw raken. Er moet een andere speler de bal gespeeld hebben.
- De tegenstrevers moeten op het moment van de intrap 3 meter van de bal verwijderd staan.
- Men kan niet rechtstreeks scoren via een inrol.
G. De hoekschop
- Wordt toegekend aan de aanvallende ploeg als een verdediger van de tegenstrever de bal over zijn doellijn (naast doel) trapt.
- Bij het nemen van de hoekschop staan de tegenstrevers op 3 meter.
H. Fouten en wangedrag
- Buitenspel wordt hier niet toegepast.
- Bij fouten zoals duwen, handspel, en beentje lichten volgt een rechtstreekse vrije trap.
- Bij fouten zoals obstructie en gevaarlijk spel volgt een onrechtstreekse vrije trap.
- 2 gele kaarten: vervanging na 5 minuten uitsluiting
- 1 rode kaart: vervanging na 5 minuten uitsluiting
De speler die uitgesloten werd mag NIET meer ingezet worden. Hij mag wel vervangen worden door een andere speler na 5 minuten.
- De speler die na deze 5 minuten als wisselspeler in het veld komt mag dit enkel doen na toelating van de scheidsrechter en als de bal buiten is.
- Uitzondering bij de spelhervatting: de vrije trap, in het voordeel van de in verdediging zijnde ploeg en binnen haar doelgebied, wordt genomen door de keeper, met een inworp.
- Bij het nemen van de rechtstreekse en de onrechtstreekse vrije trap moeten de tegenstrevers op minimum 5 meter staan op het moment van de spelhervatting.
I. Strafschop
- Deze wordt genomen vanaf de 6-meterlijn.
- Alle spelers, met uitzondering van de penaltynemer en de keeper van de tegenpartij, bevinden zich buiten het doelgebied + boog.
- De keeper moet op de doellijn van het doel staan tot de strafschop genomen is.
4. ENKELE AFSPRAKEN
- De thuisploeg zorgt voor wedstrijdballen.
- De spelers en de scheidsrechter komen samen het terrein op.
- Behalve de eerder vernoemde regels wordt gespeeld volgens de principes van het veldvoetbal.
- Voor G-voetbalwedstrijden voor -13-jarigen mogen de afmetingen van het speelveld en de wedstrijdbal aangepast worden.
- Bij G-voetbaltornooien wordt hetzelfde reglement gehanteerd. Bij deze tornooien is het niet noodzakelijk om een klassement te maken.